otherdings™ | Mid Century bungalow extrior | Merkidentiteit & Design
(Intro)
Waarom anders zijn pas interessant wordt als het ergens vandaan komt.
(Content)

Ik heb iets met bungalows.

Misschien omdat ze zich nergens groter voor hoeven te maken dan ze zijn. Geen verdiepingen die de hoogte in willen. Geen monumentale entree. Vaak één langgerekte horizontale lijn, dicht tegen het landschap aan. Glas, hout, steen. Strakke vormen naast warme materialen. Binnen en buiten die bijna ongemerkt in elkaar overlopen. Vooral de architectuur uit de jaren zestig blijft me fascineren. Mid-century modern. Soms uitgesproken strak, soms bijna organisch. Grote glaspartijen, platte daken, niveauverschillen en materialen die gewoon mogen laten zien wat ze zijn.

Je herkent het onmiddellijk. Niet omdat ieder huis hetzelfde is, maar omdat er een duidelijke overtuiging achter zit. Een architect heeft keuzes gemaakt en is daar vervolgens niet halverwege van teruggeschrokken. Misschien spreekt me dat nu extra aan. Ik sta zelf op het punt mijn huis behoorlijk te gaan verbouwen. Plannen maken. Schrappen. Materialen kiezen. Dingen anders doen.

En ergens vermoed ik dat ik, zodra alles eindelijk af is, eigenwijs genoeg ben om alsnog een bungalow te kopen. Timing is ook een vorm van karakter. Maar goed.

Een gebouw hoeft niet te schreeuwen om anders te zijn. Sterker nog: de gebouwen die het hardst proberen op te vallen, zijn lang niet altijd degene die het langst blijven hangen. Aandacht is nog geen karakter.Een plat dak is niet eigenwijs omdat de buren een puntdak hebben. Grote ramen zijn niet eigenwijs omdat iemand wilde opvallen. Goede architectuur ontstaat wanneer vorm, functie, materiaal, omgeving en overtuiging bij elkaar komen. Het resultaat kan behoorlijk afwijken van wat ernaast staat, maar toch volkomen logisch voelen.

Misschien is dat waarom ik zoveel van die oude bungalows nog steeds modern vind. Ze probeerden niet tijdloos te zijn. Ze waren juist heel duidelijk van hun tijd. Optimistisch bovendien. Nieuwe materialen, nieuwe technieken en een andere manier van wonen maakten andere vormen mogelijk. Er werd opnieuw gekeken naar wat een huis eigenlijk moest zijn. En daar zit voor mij de interessante parallel met merken.

Veel merken willen onderscheidend zijn. Het staat in vrijwel iedere briefing: anders dan de concurrent. Opvallen. Een eigen positie innemen. Vervolgens zoeken we dat verschil vooral aan de buitenkant. Een andere kleur. Een opvallend logo. Een brutale campagne. Een nieuwe tone of voice. Maar anders doen is iets anders dan anders zijn. Werkelijk onderscheid ontstaat eerder. Uit overtuigingen. Uit keuzes die je consequent maakt. Uit dingen die je bewust níét doet. Uit een eigen manier van kijken naar je vak, je klanten en de wereld waarin je opereert.

De buitenkant is uiteindelijk alleen het zichtbare gevolg daarvan. Dat maakt eigenwijs voor mij ook iets anders dan tegendraads. Tegendraads heeft de ander nodig om zich tegen af te zetten. Eigenwijs niet. Een eigenwijs merk hoeft niet voortdurend te bewijzen hoe anders het is. Het weet gewoon waar het voor kiest.

Net als een goed gebouw volledig anders kan zijn dan alles eromheen en toch precies op zijn plek kan staan. Niet afwijkend om de afwijking. Niet anders om gezien te worden. Maar consequent genoeg om herkenbaar zichzelf te zijn.

Eigenwijs is niet anders willen zijn. Het is durven kiezen voor wat bij je past.

(IN BEELD)
(MEER NIEUWS)

Bekijk ook dit eens